Als het over de centen gaat, moet Vlaanderen steeds dubbel opletten. Niet alleen zijn de Franstaligen er in de loop van de jaren in geslaagd de transfers van noord naar zuid te bestendigen en bijna te formaliseren – en tevens door elk debat hierover als een ‘egoïstische, bekrompen nationalistische aanval op de solidariteit’ af te schilderen – maar ook de zogenaamde Vlaamse partijen laten zich gemakkelijk met een kluitje in het riet sturen.
Belangrijk zijn dus alle waarschuwingen over de financieringswet. Deze wet legt namelijk het financiële kader voor opnieuw een bepaalde tijd vast, en zoals het er momenteel uit ziet, betaalt Vlaanderen de rekening, eens te meer.
Zo zegt professor Matthijs (Het Laatste Nieuws, 26.09.2011): “Er is wel sprake van meer verantwoordelijkheden voor de gewesten, maar die zogenaamde responsabilisering vind ik toch maar zeer beperkt (…) Het behoud van het ‘dotatiesysteem’ is een gemiste kans”.
De impact van de bevoegheidsoverdrachten en de budgettaire sanering van 20 miljard euro zullen groot zijn. De bijkomende financiële transfer naar Brussel en naar Wallonië – om de ‘mogelijke verarming’ van Wallonië tegen te gaan, u weet wel – zouden ons bijna doen vergeten dat er ook in de sociale zekerheid nog forse geldstromen van noord naar zuid gaan, zo’n 6 à 7 miljard, aldus professor Matthijs, en die lagen de voorbije weken niet op de onderhandelingstafel.
Het plaatje oogt niet bijzonder positief, zegt u?
POLITIEKE COLUMN:
Wegens beëindiging van mijn politiek mandaat wordt deze blog niet langer bijgewerkt.
Oudere bijdragen blijven online staan.
maandag 10 oktober 2011
vrijdag 7 oktober 2011
De Franstalige strategie brengt op….
Als vragende partij in dit communautair debat moet de Vlaamse Beweging eigenlijk zeer alert zijn voor wat er allemaal gebeurt. Zeker als het over centen gaat, lijkt het erop alsof de gemiddelde Vlaamse politieker zich zeer gemakkelijk de traditionele kaas van het al even traditionele brood laat pakken.
Het lijkt er inderdaad sterk op dat de euforie in de nasleep van de zogenaamd propere splitsing van BHV – niets proper, maar de zogenaamde Vlaamse partijen sloegen zich met deze overwinning wel op de borst – alle zin voor realiteit zoek is. Zo meent hoofdredacteur van Trends, Van Overtveldt, dat Di Rupo bezig is met een geniaal strategisch spelletje. De zogenaamde goedkeuring van de financieringswet laat met name zoveel onduidelijkheden over, dat de deur wagenwijd openzet voor “constante onenigheid, wederzijdse afdreiging en verlamming”.
Waar zit het geniale van de strategie van Di Rupo: hij heeft de Vlaamse onderhandelaars én de buitenwereld ondertussen overtuigd van het feit dat twee van de drie te nemen hindernissen (enkel het sociaal-economische luik blijft nog over) effectief genomen zouden zijn. De weg terug voor elke betrokken partij ligt dus met wolfijzers en schietgeweren bezaaid. Wie nu nog zou wagen de trein Di Rupo te laten ontsporen, wordt met alle zonden van de wereld beladen én zet “deze belangrijkste staatshervorming sinds 1970” op de helling.
De Vlaamse Beweging, en dan vooral de participationistische vleugel, wacht een zware taak: hoe kan zij haar participationische strategie in de gegeven omstandigheden verder aanhouden? Steeds weer blijken Vlaamse onderhandelaars het te moeten afleggen tegen hun Franstalige tegenhangers.
Het lijkt er inderdaad sterk op dat de euforie in de nasleep van de zogenaamd propere splitsing van BHV – niets proper, maar de zogenaamde Vlaamse partijen sloegen zich met deze overwinning wel op de borst – alle zin voor realiteit zoek is. Zo meent hoofdredacteur van Trends, Van Overtveldt, dat Di Rupo bezig is met een geniaal strategisch spelletje. De zogenaamde goedkeuring van de financieringswet laat met name zoveel onduidelijkheden over, dat de deur wagenwijd openzet voor “constante onenigheid, wederzijdse afdreiging en verlamming”.
Waar zit het geniale van de strategie van Di Rupo: hij heeft de Vlaamse onderhandelaars én de buitenwereld ondertussen overtuigd van het feit dat twee van de drie te nemen hindernissen (enkel het sociaal-economische luik blijft nog over) effectief genomen zouden zijn. De weg terug voor elke betrokken partij ligt dus met wolfijzers en schietgeweren bezaaid. Wie nu nog zou wagen de trein Di Rupo te laten ontsporen, wordt met alle zonden van de wereld beladen én zet “deze belangrijkste staatshervorming sinds 1970” op de helling.
De Vlaamse Beweging, en dan vooral de participationistische vleugel, wacht een zware taak: hoe kan zij haar participationische strategie in de gegeven omstandigheden verder aanhouden? Steeds weer blijken Vlaamse onderhandelaars het te moeten afleggen tegen hun Franstalige tegenhangers.
donderdag 6 oktober 2011
Nederland sluit asielcentra, België betaalt hotelkosten aan asielzoekers…
Sprekende cijfers in De Standaard onlangs (editie 26.09.2011). België kan geen asielcentra sluiten, integendeel, het lijkt wel alsof het land overspoeld wordt met gelukzoekers, en dat elke controle en elk verweer uit handen gegeven zijn.
Met een bevolking van ruim 10 miljoen inwoners trekt België dit jaar ruim 23.688 geregistreerde asielzoekers aan. Nederland met zijn bevolking van ruim 16,6 miljoen inwoners heeft niet meer dan 18.503 asielzoekers te verwerken en slaagt er zelfs in om asielcentra te sluiten.
België staat natuurlijk in de wereld model voor het meest lakse land op het vlak van vreemdelingenwetgeving. Zelfs al wordt de asielaanvraag afgewezen, dan nog zijn de mogelijkheden onuitputtelijk en staat een legertje advocaten en andere dienaren klaar om de gaatjes in de wetgeving en de rechtspraak maximaal te benutten. Jarenlange procedures of gewoon in de illegaliteit onderduiken. Met als kers op de taart natuurlijk: een Belgische beloning voor de vele wachtenden, de regularisatie. Een collectieve regularisatie of regularisatie op basis van ‘humane gronden’, op basis van ‘medische gronden’. U vraagt, wij draaien.
De verantwoordelijkheid van het groepje systeempartijen – waar men voor mijn part gerust Groen! en Ecolo mag bijnemen – is in deze verpletterend. Dat het dus ook anders kan, bewijst Nederland. Terwijl ‘onze’ grafiek in fel stijgende richting gaat, neemt die in Nederland juist af.
Met een bevolking van ruim 10 miljoen inwoners trekt België dit jaar ruim 23.688 geregistreerde asielzoekers aan. Nederland met zijn bevolking van ruim 16,6 miljoen inwoners heeft niet meer dan 18.503 asielzoekers te verwerken en slaagt er zelfs in om asielcentra te sluiten.
België staat natuurlijk in de wereld model voor het meest lakse land op het vlak van vreemdelingenwetgeving. Zelfs al wordt de asielaanvraag afgewezen, dan nog zijn de mogelijkheden onuitputtelijk en staat een legertje advocaten en andere dienaren klaar om de gaatjes in de wetgeving en de rechtspraak maximaal te benutten. Jarenlange procedures of gewoon in de illegaliteit onderduiken. Met als kers op de taart natuurlijk: een Belgische beloning voor de vele wachtenden, de regularisatie. Een collectieve regularisatie of regularisatie op basis van ‘humane gronden’, op basis van ‘medische gronden’. U vraagt, wij draaien.
De verantwoordelijkheid van het groepje systeempartijen – waar men voor mijn part gerust Groen! en Ecolo mag bijnemen – is in deze verpletterend. Dat het dus ook anders kan, bewijst Nederland. Terwijl ‘onze’ grafiek in fel stijgende richting gaat, neemt die in Nederland juist af.
woensdag 5 oktober 2011
Naar het einde van de Euro?
Dat de spanningen in Duitsland omtrent de Griekse financiële crisis ook in ons land niet volledig onopgemerkt bleven, bewijst de hoofdredacteur van Trends en Knack, Johan Van Overtveldt. Hij is de auteur van een nieuw boek, “Het einde van de euro”.
Interessante lectuur voor iedereen met een groot hart van Europa en een kritische ingesteldheid ten opzichte van de Europese Unie. In een interview met RTL zei de hoofdredacteur onder andere: “Mijn scenario is dat Duitsland terug naar een eigen munt gaat en dat landen als Nederland, Oostenrijk en Finland zich daar onmiddellijk aan zullen koppelen”. Het verhaal van de Nord Euro dus.
Want het is niet alleen het Duitse politieke wereldje, waar de groeiende Duitse onvrede met de gang van zaken in Europa, en vooral het gebrek aan financiële en economische ernst van nogal wat Zuid-Europese staten, aan de oppervlakte komt. Er is vooral de onrust in de economische en financiële wereld in Duitsland, er is de groeiende onvrede bij de grote middenklasse in Duitsland.
Wat met België in dit scenario? België noemt auteur Van Overtveldt niet bij de landen die Duitsland zouden volgen. “Eens te meer loopt de scheidingslijn tussen Noord en Zuid exact door dit land. De Belgische economie bestaat duidelijk uit twee delen met heel verschillende snelheden. Het Vlaamse deel is een zeer gezonde economie, en hoort zonder meer thuis bij sterke muntlanden, het zuidelijke deel is een vrij zwakke economie die een sterke munt onmogelijk kan verteren”.
De verwachte verregaande problemen bij het einde van de euro zullen dus in België nog eens vergroot worden door de communautaire scheidingslijnen.
Interessante lectuur voor iedereen met een groot hart van Europa en een kritische ingesteldheid ten opzichte van de Europese Unie. In een interview met RTL zei de hoofdredacteur onder andere: “Mijn scenario is dat Duitsland terug naar een eigen munt gaat en dat landen als Nederland, Oostenrijk en Finland zich daar onmiddellijk aan zullen koppelen”. Het verhaal van de Nord Euro dus.
Want het is niet alleen het Duitse politieke wereldje, waar de groeiende Duitse onvrede met de gang van zaken in Europa, en vooral het gebrek aan financiële en economische ernst van nogal wat Zuid-Europese staten, aan de oppervlakte komt. Er is vooral de onrust in de economische en financiële wereld in Duitsland, er is de groeiende onvrede bij de grote middenklasse in Duitsland.
Wat met België in dit scenario? België noemt auteur Van Overtveldt niet bij de landen die Duitsland zouden volgen. “Eens te meer loopt de scheidingslijn tussen Noord en Zuid exact door dit land. De Belgische economie bestaat duidelijk uit twee delen met heel verschillende snelheden. Het Vlaamse deel is een zeer gezonde economie, en hoort zonder meer thuis bij sterke muntlanden, het zuidelijke deel is een vrij zwakke economie die een sterke munt onmogelijk kan verteren”.
De verwachte verregaande problemen bij het einde van de euro zullen dus in België nog eens vergroot worden door de communautaire scheidingslijnen.
dinsdag 4 oktober 2011
Uit de oude doos….maar het blijft mooi, toch?
Wat googelen en een mens kan op parels botsen, zoals deze ‘Groot Nederlandse ballade’ van Miel Cools (tekst van wijlen Ernst Altena):
“Als ik het zie, die eindeloze lintbebouwing
Van Spa tot Hasselt en van Tienen tot aan Gent
En als ik voel hoe in kleinsteedse denkvernauwing
De Vlaming altijd door zijn eigen straatje rent
Als ik per auto over de kasseien martel
Met om de duizend meter een gekneusde band
Dan denk ik: Vlaanderen mag dan lustig zijn en dartel
Maar Lieve Heer geef mij het nette Nederland
Als ik ze zie, die eindeloze blokkendozen
Van Weesp tot Arnhem, van Terneuzen tot Terlet
En als ik merk hoe uitgekauwd en uitgeplozen
De Nederlander altijd op zijn buurman let
Als ik ze zie, die tuintjes zonder avonturen
Gras zonder onkruid en liguster langs de rand
Dan denk ik: Nederland mag schoon zijn voor de buren
Maar Lieve Heer geef mij het dolle Vlaanderenland
Als ik de Vlaming vol van bier naar huis zie keren
De gang te wankel en de tong wat al te luid
Als ik hem bitter humorloos zie opmarcheren
Achter de klauwaard met te militair geluid
Als ik ze hoor, de Vlaamse grappen al te drollig
Vaak langs, vaak op, en heel vaak ook voorbij de rand
Dan denk ik: Vlaanderen mag dan driftig zijn en lollig
Maar Lieve Heer geef mij het kalme Nederland
Als ik ze zie, de Nederlanders in hun kerken
Hervormd, gereformeerd, nazaten van Calvijn
Met hun gezichten stijf als witgekalkte zerken
En met hun zekerheden uitgemalen fijn
Als ik ze galmende hun waarheid hoor verkonden
Nooit uit de nette plooi en nimmer uit de band
Dan denk ik: Nederland mag vrij zijn van de zonde
Maar Lieve Heer geef mij het zondig Vlaanderland
Oh Lieve God geef ons een kilo Vlaamse blijheid
Een kilo trouw en plichtsgevoel uit Nederland
Dan mengen wij dat zelf in onze eigen vrijheid
Tot vriendschap zonder oog om oog en tand om tand”
“Als ik het zie, die eindeloze lintbebouwing
Van Spa tot Hasselt en van Tienen tot aan Gent
En als ik voel hoe in kleinsteedse denkvernauwing
De Vlaming altijd door zijn eigen straatje rent
Als ik per auto over de kasseien martel
Met om de duizend meter een gekneusde band
Dan denk ik: Vlaanderen mag dan lustig zijn en dartel
Maar Lieve Heer geef mij het nette Nederland
Als ik ze zie, die eindeloze blokkendozen
Van Weesp tot Arnhem, van Terneuzen tot Terlet
En als ik merk hoe uitgekauwd en uitgeplozen
De Nederlander altijd op zijn buurman let
Als ik ze zie, die tuintjes zonder avonturen
Gras zonder onkruid en liguster langs de rand
Dan denk ik: Nederland mag schoon zijn voor de buren
Maar Lieve Heer geef mij het dolle Vlaanderenland
Als ik de Vlaming vol van bier naar huis zie keren
De gang te wankel en de tong wat al te luid
Als ik hem bitter humorloos zie opmarcheren
Achter de klauwaard met te militair geluid
Als ik ze hoor, de Vlaamse grappen al te drollig
Vaak langs, vaak op, en heel vaak ook voorbij de rand
Dan denk ik: Vlaanderen mag dan driftig zijn en lollig
Maar Lieve Heer geef mij het kalme Nederland
Als ik ze zie, de Nederlanders in hun kerken
Hervormd, gereformeerd, nazaten van Calvijn
Met hun gezichten stijf als witgekalkte zerken
En met hun zekerheden uitgemalen fijn
Als ik ze galmende hun waarheid hoor verkonden
Nooit uit de nette plooi en nimmer uit de band
Dan denk ik: Nederland mag vrij zijn van de zonde
Maar Lieve Heer geef mij het zondig Vlaanderland
Oh Lieve God geef ons een kilo Vlaamse blijheid
Een kilo trouw en plichtsgevoel uit Nederland
Dan mengen wij dat zelf in onze eigen vrijheid
Tot vriendschap zonder oog om oog en tand om tand”
maandag 3 oktober 2011
Kostprijs immigratie in Frankrijk: vermoedelijk 70 miljard euro
In het Franse magazine “Monde & Vie” verscheen een interview met demograaf en economist Yves-Marie Laulan. Hij is oud-directeur van het Crédit municipal de Paris, oud-voorzitter van het Economisch Comité van de NAVO en oud-professor aan de ENA, aan de universiteit van Dauphine et Paris 2. Een interessant interview, met veel cijfergegevens.
Zo heeft hij de bevolking met allochtone wortels in Frankrijk berekend op een getal tussen de 7 en 8 miljoen, meer dan 10% van de totale bevolking. Voornamelijk komen de “nieuwe Fransen” uit zwart Afrika en uit de Magreb-landen, de emigratie uit Oost-Europa schat hij op 200.000 tot 300.000 personen.
Maar nog belangrijker zijn de demografische groeicijfers natuurlijk. Frankrijk, aldus de oud-professor, slaat zich wel eens hard op de borst met een vruchtbaarheidscijfer van 1,81%, omdat dit cijfer het hoogste van Europa is. Maar in werkelijkheid komen van die 830.000 geboortes in 2006 ruim 165.000 op rekening van de immigranten. De Fransen zelf kennen slechts een geboortecijfer van 1,6. Mensen die afkomstig zijn van de Magreb-landen, hebben een vruchtbaarheidspercentage van 2,7 en mensen uit zwart Afrika zelfs van 4,2%.
Niet minder dan 31% van de jongeren onder de 20 jaar in Ile-de-France en 18% op nationale basis zijn afkomstig uit zwart Afrika, de Magreb of Turkije. Binnen een termijn van 30 jaar zal het cijfer van 50% overschreden zijn.
En dan de kostprijs van de immigratie. In de Kamercommissie van 21 september 2011 (Justitie, Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken) probeerde mevrouw Almaci (Groen!) vol te houden dat de migratie een positief saldo vertoont. Iets was professor Laulan in elk geval voor Frankrijk betwist. Samen met de professoren Lafay en Bichot heeft hij een berekening gemaakt, gebaseerd op de gegevens van de sociale zekerheid, maar ook uit ministeriële departementen als onderwijs, binnenlandse zaken, enzovoort. Uiteindelijk kwamen ze op die manier uit op een totaal van 70 tot 80 miljard euro, te verdelen over onderwijs, vervoer, woningen, sociale zekerheid, andere vormen van bijstand.
Waarbij professor Laulan de bedenking maakt dat er natuurlijk wel immigranten zijn die bijdragen tot de sociale zekerheid en tot ons fiscaal systeem. Volgens zijn berekeningen dragen 10% van de betrokken bevolking bij tot het sociale systeem in Frankrijk en dragen zij een bepaald positief saldo bij, dat men berekend heeft op ongeveer 10 miljard euro. Het negatief saldo van de immigratie komt met andere woorden op een bedrag neer tussen 60 en 70 miljard euro. Met vooral een enorm zware druk op de sociale zekerheid – wat precies de stelling was van de heren Liégeois en Van den Bon voor enkele dagen in de Kamercommissie. Harde cijfers, inderdaad….
Zo heeft hij de bevolking met allochtone wortels in Frankrijk berekend op een getal tussen de 7 en 8 miljoen, meer dan 10% van de totale bevolking. Voornamelijk komen de “nieuwe Fransen” uit zwart Afrika en uit de Magreb-landen, de emigratie uit Oost-Europa schat hij op 200.000 tot 300.000 personen.
Maar nog belangrijker zijn de demografische groeicijfers natuurlijk. Frankrijk, aldus de oud-professor, slaat zich wel eens hard op de borst met een vruchtbaarheidscijfer van 1,81%, omdat dit cijfer het hoogste van Europa is. Maar in werkelijkheid komen van die 830.000 geboortes in 2006 ruim 165.000 op rekening van de immigranten. De Fransen zelf kennen slechts een geboortecijfer van 1,6. Mensen die afkomstig zijn van de Magreb-landen, hebben een vruchtbaarheidspercentage van 2,7 en mensen uit zwart Afrika zelfs van 4,2%.
Niet minder dan 31% van de jongeren onder de 20 jaar in Ile-de-France en 18% op nationale basis zijn afkomstig uit zwart Afrika, de Magreb of Turkije. Binnen een termijn van 30 jaar zal het cijfer van 50% overschreden zijn.
En dan de kostprijs van de immigratie. In de Kamercommissie van 21 september 2011 (Justitie, Sociale Zaken en Binnenlandse Zaken) probeerde mevrouw Almaci (Groen!) vol te houden dat de migratie een positief saldo vertoont. Iets was professor Laulan in elk geval voor Frankrijk betwist. Samen met de professoren Lafay en Bichot heeft hij een berekening gemaakt, gebaseerd op de gegevens van de sociale zekerheid, maar ook uit ministeriële departementen als onderwijs, binnenlandse zaken, enzovoort. Uiteindelijk kwamen ze op die manier uit op een totaal van 70 tot 80 miljard euro, te verdelen over onderwijs, vervoer, woningen, sociale zekerheid, andere vormen van bijstand.
Waarbij professor Laulan de bedenking maakt dat er natuurlijk wel immigranten zijn die bijdragen tot de sociale zekerheid en tot ons fiscaal systeem. Volgens zijn berekeningen dragen 10% van de betrokken bevolking bij tot het sociale systeem in Frankrijk en dragen zij een bepaald positief saldo bij, dat men berekend heeft op ongeveer 10 miljard euro. Het negatief saldo van de immigratie komt met andere woorden op een bedrag neer tussen 60 en 70 miljard euro. Met vooral een enorm zware druk op de sociale zekerheid – wat precies de stelling was van de heren Liégeois en Van den Bon voor enkele dagen in de Kamercommissie. Harde cijfers, inderdaad….
vrijdag 30 september 2011
Afwezigheden personeel FOD Binnenlandse Zaken
Op mijn vraag naar de afwezigheden van het personeel van de Federale Overheidsdienst Binnenlandse Zaken verstrekte minister van Binnenlandse Zaken, Annemie Turtelboom (Open VLD) heel wat cijfergegevens. Hieruit blijkt bijvoorbeeld dat het aantal dagen ziekteverlof in de diensten op drie jaar tijd is toegenomen met niet minder dan 68% - 55.618 dagen in 2009 tegenover 37.880 dagen ziekteverlof in 2007.
Opmerkelijk is verder dat de graad van afwezigheid over de betrokken jaren steeds het hoogst is in de dienst Vreemdelingenzaken (5,55% ziekteverzuim in 2009 tot 5,86% in 2007) en CG Vluchtelingen en Staatlozen (4,68 in 2008 bijvoorbeeld tot 4,46% in 2009).
De minister wees er in haar cijfergegevens verder op dat de zogenaamde statutairen gemiddeld minder ziekteverlof nemen dan de contractuele werknemers, maar dat de gemiddelde duur van ziekteverlof wel hoger ligt dan bij de contractuelen.
Tenslotte, maar dat is volgens mij niet onmiddellijk een grote verrassing: Nederlandstalige ambtenaren doen het gemiddeld beter dan hun Franstalige collega’s. Over alle betrokken jaren nemen Nederlandstalige ambtenaren bij de FOD Binnenlandse Zaken minder ziekteverlof op. De gemiddelde duur van het ziekteverlof ligt ook bijna een dag lager dan bij de Franstalige collega’s. En het percentage ziekteverzuim (gemeten per werknemer dus) ligt bij de Nederlandstalige ambtenaren ook gevoelig lager. In 2009 bijvoorbeeld bedroeg het percentage 4,29% aan Nederlandstalige kant, bij de Franstaligen was dat 5,12%.
Opmerkelijk is verder dat de graad van afwezigheid over de betrokken jaren steeds het hoogst is in de dienst Vreemdelingenzaken (5,55% ziekteverzuim in 2009 tot 5,86% in 2007) en CG Vluchtelingen en Staatlozen (4,68 in 2008 bijvoorbeeld tot 4,46% in 2009).
De minister wees er in haar cijfergegevens verder op dat de zogenaamde statutairen gemiddeld minder ziekteverlof nemen dan de contractuele werknemers, maar dat de gemiddelde duur van ziekteverlof wel hoger ligt dan bij de contractuelen.
Tenslotte, maar dat is volgens mij niet onmiddellijk een grote verrassing: Nederlandstalige ambtenaren doen het gemiddeld beter dan hun Franstalige collega’s. Over alle betrokken jaren nemen Nederlandstalige ambtenaren bij de FOD Binnenlandse Zaken minder ziekteverlof op. De gemiddelde duur van het ziekteverlof ligt ook bijna een dag lager dan bij de Franstalige collega’s. En het percentage ziekteverzuim (gemeten per werknemer dus) ligt bij de Nederlandstalige ambtenaren ook gevoelig lager. In 2009 bijvoorbeeld bedroeg het percentage 4,29% aan Nederlandstalige kant, bij de Franstaligen was dat 5,12%.
Abonneren op:
Posts (Atom)