POLITIEKE COLUMN:

Wegens beëindiging van mijn politiek mandaat wordt deze blog niet langer bijgewerkt.
Oudere bijdragen blijven online staan.





maandag 4 juni 2012

“Waarom de EU de weg kwijt is?” – wijze woorden van Philip Claeys (Europees parlementslid)



We kregen volgende tekst van vriend Philip Claeys doorgespeeld, die veel duidelijkheid verschaft rond de dramatische toestand in Griekenland en de ‘vreemde’ houding van bijvoorbeeld de liberalen in het ganse debat. Ik breng de tekst in extenso:
Waarom de EU de weg kwijt is?
"De Europese Unie is tegen een razend snel tempo zijn legitimiteit aan het verliezen bij de bevolking, en zeker niet alleen in Athene", stelde collega-europarlementslid Ivo Belet onlangs in De Standaard terecht vast. Alleen is zijn remedie eigenlijk gewoon meer van hetzelfde: nog meer EU-inmenging en nog meer geldtransfers van noord naar zuid zouden het tij moeten keren. Net het tegendeel is nodig: respecteer de wil van het volk in de (toekomstige) lidstaten, en bouw de EU opnieuw vanuit de basis op onder het motto 'eenheid in verscheidenheid'.
Terwijl de Euro in zijn voegen kraakt en partijen die voor nationale soevereiniteit staan in gans Europa winst boeken (zowel ter rechterzijde als ter linkerzijde), slaat de paniek bij de traditionele politieke families toe. Karel De Gucht ziet zowaar het 'einde van de beschaving' als Griekenland uit de euro stapt - wat de vraag doet rijzen hoe de Grieken eigenlijk moeten geleefd hebben voor die euro werd ingevoerd. Ivo Belet ziet zowaar zelfs een toekomstig 'gewapend conflict aan de zuidoostelijke flank van de EU'.
Vanwaar die paniek? Het antwoord werd wellicht gegeven door de liberale fractie van Guy Verhofstadt. Die publiceerde deze week een advertentie in het krantje European Voice. De slogan in de advertentie luidt: 'Europe must stick together or nationalism will return to the continent'. De EU en de euro moeten dus ongewijzigd verdergaan, anders 'komt het nationalisme terug'.
In de ogen van liberalen, christendemocraten en socialisten is de EU en bij uitbreiding de euro dus een antinationalistisch project. Net in die misvatting ligt de oorzaak van de huidige malaise. De EU was immers bij de aanvang hoegenaamd geen antinationaal project; de EU was integendeel een project dat vertrok vanuit respect voor de culturele identiteit van de lidstaten, om economische integratie en op die manier ook vreedzame samenwerking mogelijk te maken. Voor de gebouwen van de EU wapperen traditioneel niet alleen de EU-vlag, maar ook die van alle lidstaten. 'Eenheid in verscheidenheid', staat op het briefpapier van het Europees parlement nog steeds te lezen. Het verklaart wellicht ook waarom het EU-project traditiegetrouw in de Vlaamse Beweging op nogal wat steun en sympathie kon rekenen. De EU, als samenwerkingsverband met respect voor de nationale identiteiten, werd gezien als tegengesteld aan het centralistische België, dat de Vlaamse identiteit probeerde weg te vegen ten gunste van de Franstalige eenheidsstaat.
Zodra de oud-strijders van mei '68 echter opklommen naar hogere politieke functies, begon er iets te verschuiven. Ergens eind jaren '80, begin jaren '90 is de antinationalistische agenda de boventoon gaan voeren. Nationale staten en grenzen waren 'passé', er moest 'immer verdergaande integratie' komen. De EU moest zich niet langer alleen bezighouden met haar economische kernactiviteiten, maar met alles: sociaal beleid, arbeidsvoorwaarden, recht, onderwijs, buitenlands beleid. Het wegvegen van de binnengrenzen met het Schengen-akkoord en het invoeren van de euro als eenheidsmunt deden het politieke doel aan de einder dagen: een Europese superstaat.
Die fundamentele wijziging in koers en opzet van de EU heeft echter nooit een democratisch draagvlak gehad. De traditionele politieke families kregen al twee duidelijke waarschuwingen: de Europese Grondwet werd op 29 mei 2005 in Frankrijk en op 1 juni 2005 in Nederland massaal verworpen door de kiezers. Die twee data blijven mijlpalen van democratisch volksverzet tegen de verandering van de EU-koers naar een antinationaal project. Toch werd die koers nadien onverminderd voortgezet, door van de Europese Grondwet een onleesbare brij te maken en die als Verdrag van Lissabon toch aan de burgers op te leggen, ditmaal met enkel een referendum in Ierland (dat moest overgedaan worden omdat de kiezers 'verkeerd' hadden gestemd).
Bekroning van de nieuwe koers moest de invoering van de eenheidsmunt worden, als kers op de taart na de invoering van de onzalige Schengenzone, die het immigratieprobleem in grote delen van de EU onbeheersbaar heeft gemaakt. De euro, zo wordt nu door de traditionele politici toegegeven, was niet zozeer een economisch, maar een politiek project dat de 'immer verdergaande integratie' moest versnellen.
Het samen gooien van totaal verschillende spaarzame noordelijke economieën met zuidelijke samenlevingen, waar cliëntelisme alom tegenwoordig is, is wellicht de grootste vergissing ooit geweest. De EU is zo omgevormd tot een België in het groot. Ivo Belet zegt dat het noorden nog massaler moet betalen voor het zuiden, maar dat het zuiden dan wel het financiële huishouden 'verder op orde moet zetten'. Kan de heer Belet ons even toelichten welke ervaringen de oude CVP, thans CD&V heeft met de wijze waarop in het kleine België het zuidelijke Wallonië zijn huishouden op orde heeft gezet terwijl het noordelijke Vlaanderen de voorbije 150 jaar de rekeningen betaalde? Juist. Zolang een alcoholverslaafde in het café gratis drank aangeboden krijgt, is de kans dat hij naar de AA stapt eerder gering.
Er wordt overigens ten onrechte enkel voorspeld dat dit 'tot tandengeknars zal zorgen in Berlijn.' Het zal zeker ook tot tandengeknars leiden in Den Haag, want net als de Duitsers zijn de Nederlanders nu enorme financiers van de zuidelijke schuldenberg geworden. Het zou echter bij uitstek tot woede moeten leiden in Brussel, want ook België is één van de grootste nettobetalers aan de EU. En vermits we weten wie binnen België de schatkist vult, weten we ook welk deel van België daar het meest onder lijdt.
Is de EU dan gedoemd te kiezen tussen twee kwaden: de totale mislukking, of luid toeterend verder stormen in de richting van 'meer Europa'? Nee, er is een derde optie: opnieuw aansluiten bij de fundamentele basisfilosofie waarop de EU van start is gegaan. De nationale staten en identiteiten zijn niet de vijand van de EU, maar integendeel de bouwstenen waarop een vrijwillig samenwerkingsverband gebouwd is.
Keer dus terug naar de wortels, en beperk de EU tot haar kerntaken: economische samenwerking, wegwerken van handelsbarrières, afspraken maken waar nodig en wenselijk. Snoei grondig in de verspilling die de EU-burger terecht zo tegen de borst stuit: één zetel voor het parlement, loonsverlaging voor alle ambtenaren, stopzetten van de bouw van protserige paleizen voor o.a. een niet-verkozen 'president', inkrimpen van het eindeloze netwerk aan agentschappen en ambtenaren, enz.  En luister vooral naar de democratische wil van het volk. Het beste plan dat de voorbije jaren op tafel is gelegd, en dat door de traditionele politieke families in gans de EU binnen de 24 uur van tafel is geschoten, was het plan van de voormalige Griekse premier in november 2011: vraag de Grieken in een referendum of zij nog deel willen uitmaken van de eurozone. Indien zij dat wensen, dan is verdere steun mogelijk indien noodzakelijke hervormingen worden doorgevoerd. Indien zij dat niet wensen, dan verdienen zij een afscheid in waardigheid en een kans om op eigen kracht hun eigen problemen aan te pakken.
Zolang de Grieken door Brussel, Berlijn en Parijs oekazes worden opgelegd, zullen zij terecht stemmen voor partijen die hun nationale soevereiniteit willen verdedigen tegen EU, IMF en tutti quanti. Dat een Nederlander nu op straat door Grieken in elkaar wordt getimmerd omdat men dacht dat hij een Duitser was is wellicht een fait divers, maar zou de grote strategen in Brussel aan het denken moeten zetten: is men niet aan het creëren datgene wat men net wil vermijden, namelijk haatgevoelens van volk tot volk?
In de antinationale visie van de traditionele politieke families zijn de euro en de EU een visfuik geworden waarin men maar in één richting kan zwemmen; indien een vis probeert eruit te raken, en daarbij zelfs tracht de visfuik open te scheuren, breekt paniek uit en wordt geroepen om een sterkere fuik. Het zou veel beter zijn van de EU opnieuw een fundamenteel democratisch samenwerkingsproject te maken: meer of minder integratie moet mogelijk zijn naargelang de staat van ontwikkeling van een land, en indien een democratische meerderheid van een land dat wil moet een exit uit de eurozone mogelijk zijn.
De euro moet een rationeel economisch project zijn, geen politiek antinationalistisch project. Een exit van Grienland uit de eurozone, en eventueel ook van andere landen, mag geen taboe zijn.

vrijdag 1 juni 2012

Propere straten trekken zwerfvuil aan – of: hoe het eigen falen wegmoffelen?



De burgemeester van Brussel – de man die de wereld ons benijdt, al is het maar omwille van zijn gigantische one-liner: het is maar een ‘faits divers’ – haalt opnieuw de nieuwspagina’s.  In De Standaard (18 mei) werd de man gevraagd naar zijn intenties inzake het vele zwerfvuil in Brussel.  Hij draaide gewoon de boel om: “Soms lijkt het alsof propere straten uitnodigen om te vervuilen. Mensen denken dan van ‘och, dat wordt toch achter onze rug opgeraapt”, zo liet hij de krant optekenen.
Als men het vuil niet onder controle krijgt, als men de strijd heeft opgegeven, dan kan men dat natuurlijk ruiterlijk toegeven. Men kan ook, zoals burgemeester Thielemans blijkbaar, de boel gewoon omdraaien en proberen belachelijk te maken. Nochtans zijn er voldoende studies die uitwijzen dat men de strijd tegen zwerfvuil gewoon niet màg opgeven. Professor Van Hiel (UGent): “Er zijn verschillende experimenten uitgevoerd met betrekking tot vervuiling, en die komen allemaal tot dezelfde conclusie: zien vervuilen, doet vervuilen. In een vervuilde omgeving is men sneller geneigd om ook zijn vuilnis te dumpen”.
Als de stad niet bestraft, en als de stad niet zelf het goede voorbeeld geeft, dan trekt men in een eerste fase kleine criminaliteit aan. Die kan dan weer aanleiding geven tot grotere en zwaardere vormen van criminaliteit. Daarom is het voortdurend hameren op de “broken windows”-theorie, zoals het Vlaams Belang doet, zo belangrijk. Een propere omgeving creëert ook veiligheid.
Misschien een poging om eens als leukerd uit de hoek te komen, mijnheer de burgemeester? 

donderdag 31 mei 2012

Een vrouwelijke gevangenisdirecteur en het onveiligheidsgevoel


41 jaar geleden werd mevrouw De Clercq de eerste vrouwelijke gevangenisdirecteur. Eens te meer blijkt dat vrouwen meer dan hun mannetje kunnen staan en hun weg kunnen maken, ook al is het niet altijd even gemakkelijk. En bovendien blijkt uit het interview in De Morgen (25.05.2012) dat vrouwen ook nog eens veel fijner aanvoelen wat er verkeerd loopt in de maatschappij. Mevrouw De Clercq ziet en voelt – als een perfect afgestelde seismograaf – aan wat er verkeerd gaat.
Op de vraag wat ze heeft zien verslechteren, krijgt de lezer het volgende antwoord: “Er zijn veel meer drugs in omloop. In het begin keek ik verrast op als ze een gram of twee vonden, nu spreken we over tonnen. En dat 45% van de gevangenispopulatie uit niet-Belgen bestaat, maakt er de zaken evenmin gemakkelijk op. Alleen al de taalbarrière. Je hebt ook meer Oostblokcriminelen, zware bendeleden. Het grootste probleem is de overbevolking (…) ik ben blij dat het masterplan extra capaciteit voorziet (…) al is er meer nodig”.

Wat er dan wel dringend nodig is, luidt de volgende vraag: “Wie een straf krijgt onder de 6 maanden, moet die niet uitzitten. Dat geeft criminelen het verkeerde signaal. Terwijl men in Nederland soms effectieve straffen van enkele dagen geeft en ze daar niet met dezelfde overbevolkingsproblemen zitten. Bij ons leeft de stelling dat je mensen best zo lang mogelijk uit de gevangenis moet proberen te houden, maar daar ben ik niet meer zo van overtuigd”.
Het is goed dat mensen op de werkvloer dit ook eens met zoveel woorden durven zeggen in de krant. Mevrouw De Clercq zal er zeker niet alleen applaus mee oogsten, dat is duidelijk.  

woensdag 30 mei 2012

Propere straten trekken zwerfvuil aan – of: hoe het eigen falen wegmoffelen?


De burgemeester van Brussel – de man die de wereld ons benijdt, al is het maar omwille van zijn gigantische one-liner: het is maar een ‘faits divers’ – haalt opnieuw de nieuwspagina’s.  In De Standaard (18 mei) werd de man gevraagd naar zijn intenties inzake het vele zwerfvuil in Brussel.  Hij draaide gewoon de boel om: “Soms lijkt het alsof propere straten uitnodigen om te vervuilen. Mensen denken dan van ‘och, dat wordt toch achter onze rug opgeraapt”, zo liet hij de krant optekenen.
Als men het vuil niet onder controle krijgt, als men de strijd heeft opgegeven, dan kan men dat natuurlijk ruiterlijk toegeven. Men kan ook, zoals burgemeester Thielemans blijkbaar, de boel gewoon omdraaien en proberen belachelijk te maken. Nochtans zijn er voldoende studies die uitwijzen dat men de strijd tegen zwerfvuil gewoon niet màg opgeven. Professor Van Hiel (UGent): “Er zijn verschillende experimenten uitgevoerd met betrekking tot vervuiling, en die komen allemaal tot dezelfde conclusie: zien vervuilen, doet vervuilen. In een vervuilde omgeving is men sneller geneigd om ook zijn vuilnis te dumpen”.
Als de stad niet bestraft, en als de stad niet zelf het goede voorbeeld geeft, dan trekt men in een eerste fase kleine criminaliteit aan. Die kan dan weer aanleiding geven tot grotere en zwaardere vormen van criminaliteit. Daarom is het voortdurend hameren op de “broken windows”-theorie, zoals het Vlaams Belang doet, zo belangrijk. Een propere omgeving creëert ook veiligheid.
Misschien een poging om eens als leukerd uit de hoek te komen, mijnheer de burgemeester? 

dinsdag 29 mei 2012

Steeds méér ambtenaren


Van de Minister van Werk, mevrouw Monica De Coninck (SP.A) kreeg ik heel wat cijfergegevens binnen betreffende het aantal ambtenaren, statutaire als contractuele, en de verhoudingen tussen de verschillende gewesten.  Eerste opmerkelijke gegeven is dat – in tegenstelling tot wat in sommige regeringskringen wordt voorgehouden – het aantal ambtenaren in België blijft stijgen. In 2008 bijvoorbeeld waren er 997.028, in 2009 stijgt het aantal uit tot net boven het miljoen ambtenaren (1.010.281) en in 2010 zijn er al 1.017.239 (een stijging met 2% op twee jaar tijd).
Opmerkelijk is dat de stijging zich vooral voordoet in Franstalig België. Het aandeel van de ambtenaren met een woonplaats in het Vlaams Gewest in de totale tewerkstelling in Vlaanderen daalt van 20,7% (in 2008) naar 20,4% in 2010. Het aandeel van Waalse ambtenaren in de totale Waalse tewerkstelling stijgt integendeel 26,6% in 2008 naar 27,6% in 2010. En het aandeel van de Brusselse ambtenaren in het aandeel van de Brusselse tewerkstelling: van 21,4% naar 23,4%.
Vlaanderen stelt in verhouding ook het minst ambtenaren tewerk. Deze vaststelling blijkt overduidelijk als we het aandeel van de ambtenaren uit de 3 gewesten naast elkaar leggen. Vlaanderen met zijn bevolking van ongeveer 60% is goed voor een aandeel van ongeveer 55% van de ambtenaren, met een licht dalende tendens trouwens (van 56,5 in 2008 naar 54,9% in 2010), terwijl die van Wallonië bijvoorbeeld stijgend is van 34,9% in 2008 naar 35,6% in 2010).
Het aantal ambtenaren blijft dus stijgen, en het aandeel van de Franstaligen hierin blijft eveneens stijgen.

vrijdag 25 mei 2012

Trillingen aan de oppervlakte – zware verschuivingen in de ondergrond


Voor de elektronische Nieuwsbrief van de Deltastichting schreef ik volgende bijdrage over de vele maatschappelijke trillingen die door Europa gaan.
 
Electorale en politiek-maatschappelijke trillingen
Dat er politiek-maatschappelijk en electoraal enorm veel aan het bewegen is, kunnen we niet alleen in dit land vaststellen. Maar het is in elk geval verheugend te noemen dat de V-partijen in België volgens de jongste peiling ruim de helft van de Vlaamse kiezers zouden vertegenwoordigen. Het identitair streven in Vlaanderen wordt stilaan een breed maatschappelijk gedragen stroom – ook al wil het elitair maatschappelijk bovenlaagje het voorlopig niet zien – en dat kan iedereen die échte veranderingen wil, alleen maar verheugen.
Er is natuurlijk meer aan de hand dan alleen maar een opstoot van Vlaams-nationalisme. De liberalen naderen de 10%, christendemocraten zouden – nog eens, het is maar een peiling – niet eens boven 15% geraken, en de socialisten zitten in dezelfde buurt.  Maar ook in de andere lidstaten van de Europese Unie zijn er onverwacht veel verschuivingen: in Frankrijk haalt het dood-verklaarde Front National zo’n 18%, in Groot-Brittannië doet de UKIP (United Kingdom Independant Party)  ruim 13%. In Frankrijk doet uiterst links het vrij goed, in Duitsland is er de schijnbaar onstuitbare opmars van de Piratenpartij.
Wat de Europese elite het meest zorgen baart, is de toestand in Griekenland, de economische, politieke en electorale toestand. De twee zuilen van de macht, PASOK (socialistisch) en Nea Demokratia (liberaal) werden door de woedende kiezers afgestraft wegens hun slaafse houding ten opzichte van de EU-top en het feit dat hun besparingsplannen de echte verarming van Griekenland zullen inzetten. Experts gaan nu al in het Griekse geval uit van de status van “derde wereld”-land. PASOK, in vorige verkiezingen nog goed voor 44%, haalde met moeite nog 13,2%.  Nea Demokratia, eens een fiere liberale partij met 34% van de stemmen achter zich, moest genoegen nemen met 18,8%. Samen dus juist 30%!  Het uiterst-linkse Syriza, dat vooral aanstuurt op een onafhankelijke Griekse koers, en dat af wil van de Europese bemoeienis en het “spaardictaat”, haalde bijna 17%. Samen met de kommunisten en een andere uiterst-linkse partij kon uiterst-links ruim 30% van de kiezers verleiden.  17% van de Grieken stemde voor rechts- of uiterst-rechtse partijen.
De regeringsvorming werd na drie pogingen gestaakt. Op het moment dat ik deze lijnen neerschrijf, is het voor iedereen duidelijk dat we naar nieuwe verkiezingen gaan in Griekenland. Met welk resultaat? Verlaat Griekenland de euro-zone? Verlaat Griekenland de EU?

Het is duidelijk dat er een storm opsteekt in Europa, dat er een stille woede aan het groeien is, die uit een combinatie van angst en verontwaardiging is ontstaan.

Trillingen aan de oppervlakte, verschuivingen in de ondergrond
 Een seismograaf is een apparaat dat aan de kleine trillingen aan de oppervlakte kan meten en kan voorspellen welke fundamentele wijzigingen zich in de ondergrond voordoen.  De electorale en politiek-maatschappelijke fenomenen zijn voor politieke seismografen in elk geval meer dan louter toevallige, efemere en tijdelijke verschijnselen. Het is met name steeds beter zichtbaar dat de middenklasse in Europa – de eigenlijke ruggengraat van het economisch en financieel weefsel – steeds onder grotere druk komt te staan. De belastingdruk wordt opgevoerd – staten hebben meer inkomsten nodig – terwijl de uitkeringen dalen. Ondertussen stijgen de kosten voor energie, opvoeding, immobiliën: wie nog wat over heeft op zijn spaarboek, ziet ook die restjes stilaan wegsmelten.  Het verdwijnen van die ijzeren reserve zorgt voor politieke en electorale onrust bij de middenklasse, die tezelfdertijd vaststelt dat zij ook nog eens mag opdraaien voor de bancaire schulden: de bankwinsten worden omgezet in grote bonussen, die worden dus geprivatiseerd, terwijl de bankverliezen door de algemeenheid, door de gemeenschap zouden moeten worden gedragen.
In het Duits-konservatieve weekblad Junge Freiheit (13 mei 2012) wordt de befaamde trompetsolist Markus Stockhausen ondervraagd. Markus Stockhausen is de zoon van de nog meer bekende vader en componist Karlheinz Stockhausen, een van de paradepaardjes van de Europese muzikale avantgarde. De zoon windt er geen doekjes om: “Mij werd steeds duidelijker wat voor een stortvloed over ons zal komen en iedereen blijft rustig slapen. En het gaat niet alleen om geld, maar ook om het inboeten van onze democratische grondrechten. Het gaat om onze soevereiniteit (…) De idee van een Europees reddingsniveau mag dan ten gronde een goed idee zijn, maar de feiten die met de oprichting van dit  Europees Financieel Stabiliteitsfonds (EFSF) gepaard gingen, veroorzaken véél angst en zijn eigenlijk onaanvaardbaar”.
Duitsland, samen met andere Noord-West-Europese landen, is al jaren nettobetaler en wordt de hoofdwaarborg in dit stabiliteitsfonds. Als nog andere landen dan Griekenland (bijvoorbeeld Spanje) vallen, worden de verschillende borgen aangesproken, in de eerste plaats Duitsland, maar ook de andere “sterke” economieën. De vrees van Stockhausen junior is dat ook de “sterke” economieën dan snel onderuit zullen gaan.  Want Duitsland staat nu al garant voor een bedrag van 400 miljard euro. Met het installeren van het EFSF geven staten hun financiële soevereiniteit af, want de raad van gouverneurs van het EFSF kan elk land dwingen om bijkomende bijdragen ter beschikking te stellen zonder dat de regering er eigenlijk nog veel aan te zeggen heeft.

De burgers zullen deze bankencrisis betalen, tenzij…
In oktober 2011 schreef vriend Alain de Benoist een merkwaardige bijdrage onder de titel: “Het jaar 2012 wordt verschrikkelijk”. Daarin ontwikkelde hij vooral zijn visie op de financiële crisis van 2008. Sommigen voorspelden in 2011 al dat het ergste voorbij was. Alain de Benoist integendeel schreef dat het ergste nog moest komen en dat de gevolgen erger zullen zijn dan in 1929.

Problematisch is in elk geval dat de privéschuld wordt gevolgd door een verschrikkelijk hoge staatsschuld, die alle Europese landen aansteekt. De schuldratio (ten opzichte van het bbp) zit boven de 80% in Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, Portugal (92%), België (100%), Italië (120%) en Griekenland met 160% (in 2011 weliswaar). Dit zijn de nationale schuldenratio’s. Daar moet je de lokale schuldenratio’s bij tellen (ook in België trouwens een groeiend probleem), en de schuld van de huisgezinnen en de ondernemingen. Als men die globale schuld rekent, dan wordt de schuldratio in 2010 in Frankrijk 199,5%, in Duitsland 202,7%, in Italië 221,1%, in het Verenigd Koninkrijk 255%, Spanje 269%.
De eerste reden en oorzaak voor deze hoge schuldgraad? Er zijn vanzelfsprekend veel redenen te vinden, het lakse financiële beleid zal in een aantal Zuid-Europese landen zeker de ontsporing kunnen helpen verklaren. Maar voor Alain de Benoist is het overduidelijk dat de onmiddellijke oorzaak van de verzwaring van de schuld in de reddingsplannen voor de banken in 2008 en 2009 moet worden gezocht. Banken hebben de staten onder druk gezet en hebben gewezen op het fundamenteel belang dat ze vertegenwoordigden voor de economieën.
Vanwaar die bankencrisis? Paul Jorion, een Franse expert, wijst vooral op de effecten van de concentratie van kapitaal in handen van een kleine minderheid van financierders. Dit heeft de verveelvoudiging gestimuleerd van allerlei speculatieve producten, die op korte termijn enorme winsten beloofden. Het casinokapitalisme was een feit, wat het inkomen van speculanten heeft opgedreven, en dat gebeurde ten koste van de inkomsten van gewone bankgebruikers. En de criminoloog Xavier Raufer voegt eraan toe dat de groeiende samenwerking tussen financiële markten en criminele organisaties voor de rest heeft gezorgd. Er is dus geen ontkomen aan?

Het heft terug in eigen handen nemen – het IJslands voorbeeld
U herinnert zich wel het kleine IJsland, het Scandinavische land dat als een van de eerste Europese landen zwaar getroffen werd door de economische en vooral financiële crisis in 2008. In 2003 waren alle IJslandse banken geprivatiseerd, en in een poging om buitenlandse investeerders aan te trekken, boden zij producten aan tegen zeer lage kosten en zeer hoge interesten. Hun IceSave-producten trokken Engelse en Nederlandse geldschieters aan.
Dit neo-liberaal bankbeleid zorgde ervoor dat IJsland op enkele jaren tijd het rijkste land van de wereld werd. Investeringen namen toe, maar tezelfdertijd ook de bankschulden in het buitenland. In 2003 was de schuldratio van IJsland ten opzichte van het bbp nog 200%, in 2007 was het al 900%. De drie hoofdbanken van IJsland gingen in 2008 over de kop: Landbanki, Kaupthing en Glitnir. IJsland zelf werd bankroet verklaard.
Deze crisis leidde er merkwaardig genoeg toe dat IJslanders op zichzelf werden teruggeworpen en zich gingen bezinnen op hun soevereine rechten, hun democratie en de wijze waarop zij het leven in het verleden hadden georganiseerd en hoe zij het in de toekomst wilden organiseren. Was het vrij snel duidelijk dat de crisis in IJsland een klassiek schema volgde, dan was de gevolgtrekking van de IJslanders een stuk anders dan door de neoliberalen gepland. Toen de banken inderdaad in de problemen kwamen, en op die manier gans IJsland met zich mee dreigden te sleuren, kwamen het IMF en de Europese Unie op de proppen met reddingsplannen: zij zouden de schuld wel overnemen, waarbij werd onderstreept dat dit wellicht de enige manier was voor IJsland om Nederland en Groot-Brittannië terug te betalen, die hun burgers immers moesten terugbetalen.  Protesten en relletjes alom in het anders zo kalme IJsland, waarna de regering haar ontslag indiende. In april 2009 kwam een linkse coalitie aan de macht, die het neoliberale economisch systeem afwees, maar wel aanvaardde dat alle schulden zouden worden betaald, ongeveer 3,5 miljard euro. Dat zou er in de praktijk hebben op neergekomen dat elke IJslander maandelijks 100 euro moest ophoesten, en dit gedurende 15 jaar: de IJslanders hadden het helemaal gehad en konden zich hiermee niet verzoenen.
Het staatshoofd, Olafur Ragnar Grimsson, besloot uiteindelijk deze wet niet te tekenen, die de IJslandse bevolking verantwoordelijk stelde voor de bankenschulden, en hij aanvaardde de vraag naar een referendum. De internationale gemeenschap verhoogde haar druk op IJsland, waarbij de grote woorden niet werden geschuwd: men zou het land isoleren, blokkeren, enzovoort.
In maart 2010 stemde 93% van de bevolking tégen het terugbetalen van de schuld. IMF bevroor alle leningen. Maar de revolte hield niet op: met de steun van de bevolking werden burgerlijke en strafrechtelijke onderzoeken gestart tegen diegenen die voor de financiële crisis verantwoordelijk werden geacht.  Zo werd een internationaal arrestatiebevel uitgevaardigd tegen de oud-voorzitter van de Kaupthingbank, Sigurdur Einarsson.
De IJslanders gingen verder: ze besloten op basis van meer participatieve democratie een nieuwe grondwet op te stellen, waarin uitdrukkelijk de te grote afhankelijkheid van internationaal kapitaal en virtueel geld onmogelijk werd gemaakt. En het moet gezegd, ze kwamen met een vrij originele oplossing: de IJslanders kozen uit een lijst van 522 burgers die tot geen enkele politieke partij behoorden, 25 mannen en vrouwen, die de nieuwe grondwet opstelden. Niet dus door een handvol politici. De voorstelling werd ook onmiddellijk op internet geplaatst, en burgers konden voorstellen en amendementen insturen.
Van deze zeer uitgewerkte vorm van participatieve democratie wordt veel verwacht. Het ontwerp van grondwet zal worden voorgelegd in de volgende verkiezingen. De zware financiële en economische crisis heeft in IJsland geleid tot een herdenken van de democratie en de soevereiniteit.
Moet Griekenland deze les volgen? De zaken liggen natuurlijk wel een stuk anders dan in IJsland. Er is sprake van decennialange financiële en sociale laksheid, er is sprake van wijdverspreide corruptie. En de economische kansen van IJsland liggen sowieso al een stuk beter dan de Griekse. Er is ook de Griekse mentaliteit natuurlijk die mijlenver afligt van de IJslandse. Maar uiteindelijk is de les toch dat elk er op eigen kracht zal moeten uitkomen. En dat de macht van de banken aan banden moet worden gelegd.

donderdag 24 mei 2012

Al kwart van de bevolking is buitenlander


Als Vlaams Belang klagen wij al jaren aan dat vreemdelingencijfers in dit onzalige land vervalst worden, waarbij het de bedoeling van de multiculturalisten en andere progressieve jongens en meisjes is de instroom van vreemdelingen zo onderschat mogelijk voor te stellen. “Er is geen probleem, en daarbij: zoveel vreemdelingen komen ons land niet eens binnen”, u kent de redeneringen van links ondertussen wel.
De liberale denktank Itinera klaagt in een rapport de systematische onderschatting aan van het aantal vreemdelingen in ons land en komt tot verrassend gelijke cijfergegevens als …het Vlaams Belang, inderdaad.  Lees even mee, maar ik wil u wel waarschuwen: geruststellend zijn de cijfers niet.
“Bijna een kwart van de Belgische bevolking is van buitenlandse origine, slechts 3% staat als vreemdeling geregistreerd in de statistieken. De 800.000 buitenlanders die sinds 1985 de Belgische nationaliteit verkregen, zijn sindsdien verdwenen uit de migratiecijfers. Idem voor hun nageslacht, dat ondertussen al een kwart van de Belgische bevolkingsaangroei vertegenwoordigt. In de statistieken worden sinds 1995 geen asielzoekers meer opgenomen, goed voor zo’n 20.000 tot 30.000 mensen per jaar. Daarvan wordt slechts 10 tot 15% daadwerkelijk aanvaard als asielzoekers, maar grote regularisatiecampagnes hebben in het verleden duizenden mensen zonder papieren alsnog aan een verblijfsvergunning geholpen” (De Morgen, 15.05.2012).
De conclusie van Itinera gaat echter wel in tegenovergestelde richting van die van het Vlaams Belang – maar wie kan zich daarover verwonderen, immers, Itinera is een liberale denktank, geen nationalistische – “De laatste 10 jaar heeft België een netto-migratiesaldo dat hoger is dan in de VS of Canada. Tegen 2060 zou 60% van onze bevolking van vreemde origine zijn”.  België is een migratienatie geworden, alleen heeft de overheid in al die jaren nooit het respect gehad om de oorspronkelijke bevolking ook maar één keer naar haar mening te vragen.
60% van de bevolking van vreemde origine in 2060? Een bijna crimineel gedrag van de Belgische overheid, decennialang.