Het is een nationale sport om af te geven op de Vlamingen : ze zijn bekrompen, provincialistisch en vooral ‘racistisch’. Zie de zogenaamde wooncode in de Vlaamse Rand rond Brussel. En als bepaalde beschuldigingen dan nog eens door ‘feiten’ kunnen worden gestaafd, dan is een bepaalde Franstalige pers er als de kippen bij om dit ‘nieuwsfeit’ op de eerste pagina te brengen. Je weet maar nooit dat de Franstalige politieke wereld hier munt kan uit slaan en op die manier de positie van de Franstalige medeburgers (nog) kan versterken.
Dat moet La Dernière Heure hebben gedacht, toen ze het verhaal brachten van een Franstalig 14-jarig meisje dat op 10 oktober laatstleden door een hele bende Vlaamse schoolvrienden na school met een breekmes – niet minder dan 38 arm sneden in de arm, alsjeblieft – zou bewerkt zijn omdat ze het had gewaagd op straat Frans te spreken met een vriendin. Tijdens de ondervraging door de politie wist de Franstalige echter geen enkele naam te noemen. Ze wijzigde daarenboven verschillende keren haar verklaringen, wanneer ze werd geconfronteerd met dingen die niet konden. De politie vermoedt met andere woorden dat er van het bloedstollende verhaal niet veel klopt. Heeft La Dernière Heure al verontschuldigingen aan de Vlaamse gemeenschap aangeboden? Volstrekt niet, wat had u gedacht?
Het Vlaams Belang heeft hierop onmiddellijk gereageerd en eiste in een persmededeling dat minister van Justitie Vandeurzen (CD&V) hiertegen zou optreden. Want volgens de Franstalige krant is de etnische Vlaamse achtergrond van de vermeende ‘daders’ van doorslaggevend belang geweest voor het ‘stellen van de daad’. En als Vandeurzen letterlijk hemel en aarde kan verzetten om Frank Vanhecke nog snel voor de Europese en de Vlaamse verkiezingen zijn parlementaire onschendbaarheid – op minstens dubieuze gronden – kan afnemen, dat kan hij ook in dit geval toch moeilijk achterwege blijven?
Oud-voorzitter Frank Vanhecke heeft wegens racisme aangifte gedaan bij het zogenaamde Centrum voor Gelijke Kansenbeleid en Racismebestrijding. Benieuwd wat dit CGKR nu weer uit de mouw zal toveren om niet te moeten optreden. Het is namelijk al lang geweten dat antivlaams racisme géén racisme is. Of bewijst het CGKR het tegendeel?
POLITIEKE COLUMN:
Wegens beëindiging van mijn politiek mandaat wordt deze blog niet langer bijgewerkt.
Oudere bijdragen blijven online staan.
vrijdag 14 november 2008
donderdag 13 november 2008
Franstalige politici? Géén interesse in SCK
Zijn er eigenlijk nog wel dossiers in dit land die niet communautair geladen zijn? De Vlaamse parlementairen van de zogenaamde Vlaamse meerderheidspartijen moeten toch meer en meer tot het besef komen dat dit land compleet onbestuurbaar is geworden omdat hier twee volkeren – onder dwang – samenleven, die op zowat elk facet van het bestaan een andere visie hebben. Deze zogenaamde Vlaamse parlementairen zijn in elk geval sinds 5 november opnieuw een desillusie rijker: ook het SCK-dossier, het nucleair onderzoekscentrum van Mol, zorgt voor een bepaalde communautaire onrust.
In de Commissie Bedrijfsleven – met de voorzitter collega Bart Laeremans – ging het die woensdag om de vraag of de federale overheid dit tweede belangrijkste nucleair onderzoekscentrum van Europa nog wel kansen wil geven. De mensen van SCK zelf kwamen op uitnodiging van de Commissie hun zegje doen.
Wat bleek bij de aanvang van de vergadering? Op één uitzondering na, een collega van Ecolo-Groen, had geen énkele Franstalige parlementair interesse voor dit onderwerp. Commissievoorzitter Bart Laeremans en ikzelf hekelden in onze tussenkomst dan ook zwaar deze Franstalige onverschilligheid en vroegen ons af of dit geen budgettaire gevolgen zal hebben. Immers: het onderzoekscentrum – met zijn 630 rechtstreekse en ongeveer 1.200 onrechtstreeks jobs – vraagt al geruime tijd bijkomende middelen om massaal in te zetten in een nieuw en grootschalig onderzoeksproject MYRRHA, en rekende hiervoor op Europees en federaal geld. De Overheid vroeg het SCK om te voldoen aan allerlei administratieve, financiële, structurele en andere randvoorwaarden. SCK legde een volledig klaar en afgewerkt dossier in juli 2007 neer. En sindsdien…niets meer. SCK moet sindsdien maar wat aanmodderen.
O ja, voor ik het vergeet: op het einde van deze Vlaams-Vlaamse dialoog in de Commissie Bedrijfsleven kwam een woordvoerster van de PS binnengewaaid. Zij kwam de commissieleden nog eens duidelijk maken dat ze géén interesse had voor dit Vlaams dossier.
In de Commissie Bedrijfsleven – met de voorzitter collega Bart Laeremans – ging het die woensdag om de vraag of de federale overheid dit tweede belangrijkste nucleair onderzoekscentrum van Europa nog wel kansen wil geven. De mensen van SCK zelf kwamen op uitnodiging van de Commissie hun zegje doen.
Wat bleek bij de aanvang van de vergadering? Op één uitzondering na, een collega van Ecolo-Groen, had geen énkele Franstalige parlementair interesse voor dit onderwerp. Commissievoorzitter Bart Laeremans en ikzelf hekelden in onze tussenkomst dan ook zwaar deze Franstalige onverschilligheid en vroegen ons af of dit geen budgettaire gevolgen zal hebben. Immers: het onderzoekscentrum – met zijn 630 rechtstreekse en ongeveer 1.200 onrechtstreeks jobs – vraagt al geruime tijd bijkomende middelen om massaal in te zetten in een nieuw en grootschalig onderzoeksproject MYRRHA, en rekende hiervoor op Europees en federaal geld. De Overheid vroeg het SCK om te voldoen aan allerlei administratieve, financiële, structurele en andere randvoorwaarden. SCK legde een volledig klaar en afgewerkt dossier in juli 2007 neer. En sindsdien…niets meer. SCK moet sindsdien maar wat aanmodderen.
O ja, voor ik het vergeet: op het einde van deze Vlaams-Vlaamse dialoog in de Commissie Bedrijfsleven kwam een woordvoerster van de PS binnengewaaid. Zij kwam de commissieleden nog eens duidelijk maken dat ze géén interesse had voor dit Vlaams dossier.
woensdag 12 november 2008
Discriminerende vakbond veroordeeld
In elk normaal land staat de overheid in voor de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen. In elk normaal land, alleen in België gebeurt dit door de kleurvakbonden, die hiervoor van de overheid de riante som van 168 miljoen euro ‘administratiekosten’ uitgekeerd krijgen. Het spreekt bijna vanzelf dat deze vakbonden er dus alle (geldelijke) belang bij hebben dat dit lucratief systeem wordt bestendigd. Dat zij hiervoor de belangen van de Vlaamse werknemers wat opzij moeten schuiven? Dat zij hiervoor op het meest reactionaire belgicistische standpunt moeten staan, ook als dit de belangen van de Vlaamse werknemer schaadt? Voor wat hoort wat, zoals het spreekwoord zegt.
Partijen die België willen opdoeken en die daarenboven vinden dat de belangen van de Vlaamse werknemers door andere vakorganisaties worden verdedigd, dan door de gekende kleurvakbonden, worden door dezelfde kleurvakbonden meedogenloos bestreden. Bestreden tot op het vlak van de verdediging van de arbeidsbelangen zelf. Zo moesten meer dan 400 Vlaams Belang-kandidaten tijdens de jongste gemeenteraadsverkiezingen in 2006 en vroeger al de Vlaamse parlementsverkiezingen van 2004 het meemaken dat ze opeens uit hun vakbond werden gezet. Zomaar, omdat ze kandidaat waren voor een politieke partij.
Een Vlaams Belang-kandidaten spande tegen deze ondemocratische gang van zaken een proces aan. De rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen oordeelde nu dat de uitsluiting van deze dame onwettig was. Wij zijn hierover verheugd, dat spreekt vanzelf: de systeemvakbonden die altijd beweren dat ze ‘tegen discriminatie’ en ‘voor de democratie’ zijn, zijn door het oordeel van de rechtbank immers ontmaskerd als organisaties die er discriminerende en ondemocratische methoden op na houden.
In een persmededeling naar aanleiding van de uitspraak in Eerste Aanleg beklemtoonde het Vlaams Belang dat het niet ‘tegen de vakbonden’ is, maar wel tegen het machtsmisbruik, de onwettige praktijken en het belgicisme van de top van de drie monopolievakbonden. De vakbonden moeten de belangen van de Vlaamse werknemers verdedigen, meer vragen we niet.
Ondertussen hebben ook tientallen ex-ACV-leden die kandideerden voor het Vlaams Belang het ACV in gebreke gesteld omdat zij onwettig werden uitgesloten. Eens te meer volgen op onze woorden daden, en zo zou het ook moeten gaan in de politiek, niet?
Partijen die België willen opdoeken en die daarenboven vinden dat de belangen van de Vlaamse werknemers door andere vakorganisaties worden verdedigd, dan door de gekende kleurvakbonden, worden door dezelfde kleurvakbonden meedogenloos bestreden. Bestreden tot op het vlak van de verdediging van de arbeidsbelangen zelf. Zo moesten meer dan 400 Vlaams Belang-kandidaten tijdens de jongste gemeenteraadsverkiezingen in 2006 en vroeger al de Vlaamse parlementsverkiezingen van 2004 het meemaken dat ze opeens uit hun vakbond werden gezet. Zomaar, omdat ze kandidaat waren voor een politieke partij.
Een Vlaams Belang-kandidaten spande tegen deze ondemocratische gang van zaken een proces aan. De rechtbank van Eerste Aanleg te Antwerpen oordeelde nu dat de uitsluiting van deze dame onwettig was. Wij zijn hierover verheugd, dat spreekt vanzelf: de systeemvakbonden die altijd beweren dat ze ‘tegen discriminatie’ en ‘voor de democratie’ zijn, zijn door het oordeel van de rechtbank immers ontmaskerd als organisaties die er discriminerende en ondemocratische methoden op na houden.
In een persmededeling naar aanleiding van de uitspraak in Eerste Aanleg beklemtoonde het Vlaams Belang dat het niet ‘tegen de vakbonden’ is, maar wel tegen het machtsmisbruik, de onwettige praktijken en het belgicisme van de top van de drie monopolievakbonden. De vakbonden moeten de belangen van de Vlaamse werknemers verdedigen, meer vragen we niet.
Ondertussen hebben ook tientallen ex-ACV-leden die kandideerden voor het Vlaams Belang het ACV in gebreke gesteld omdat zij onwettig werden uitgesloten. Eens te meer volgen op onze woorden daden, en zo zou het ook moeten gaan in de politiek, niet?
vrijdag 7 november 2008
Stop het geknoei en splits bhv.
Voor wie het door de ellende op de financiële markten en de neergaande economische ontwikkelingen in Europa en de wereld zou vergeten: precies een jaar geleden keurde de kamercommissie Binnenlandse Zaken de wetsvoorstellen voor de splitsing van BHV goed. Met deze wetsvoorstellen werd tegemoet gekomen aan het arrest van het Grondwettelijk Hof van mei 2003, en met de stemming in de commissie – waar onze fractie op de voorste rijen zat – kwam een einde aan een lange carrousel. Dachten we.
U zal zich echter herinneren dat de Franstalige politici onmiddellijk en met medeweten van de zogenaamde Vlaamse meerderheid (daarover straks nog wat meer) een nieuwe carrousel van “belangenconflicten” hebben op gang getrokken om een stemming in de Kamer te beletten en om op die manier de mogelijkheid te bieden dat de Franstaligen ter compensatie voor de splitsing van B-H-V toegevingen in de Vlaamse Rand rond Brussel kunnen afdwingen.
Het was een goed idee van een bont allegaartje van Vlaams-nationale verenigingen om naar aanleiding van de eerste verjaardag van deze stemming in de commissie Binnenlandse Zaken de zogenaamde Vlaamse regeringspartijen aan hun verdomde plicht te herinneren. Want waarom talmen de Vlaamse partijen? De reden is voor de werkgroep BHV (Halle-Vilvoorde-Komitee, de Vlaamse Volksbeweging en het Taal Aktiekomitee) in hun persmededeling maar al te duidelijk: de carrousel moet beletten dat de Franstaligen de federale regering doen vallen.
Er is meer, en dit wordt niet in de persmededeling vermeld: Vlaams minister-president Peeters heeft er bij de Franstaligen zelf op aangedrongen om een tweede belangenconflict op te starten, zodat de Vlaamse zogenaamde meerderheidspartijen op hun beide oren kunnen verder slapen en er kunnen van uitgaan dat deze materie niet opnieuw op de regeringstafels ligt voor de Vlaamse en Europese verkiezingen van juni 2009. Met andere woorden: de zogenaamde Vlaamse meerderheidspartijen hopen dat ze op dat moment niet afgerekend zullen worden door de kiezer. Niets anders dan politieke spelletjes en dat op de kap van de Vlaamse Rand rond Brussel. De Vlaamse Beweging duldt geen verder uitstel en vraagt dan men eindelijk de wetsvoorstellen in de Kamer worden gestemd.
Het is misschien overbodig om te besluiten dat ook het Vlaams Belang ten volle deze eisen onderschrijft? Gisteren hebben we de Kamervoorzitter naar aanleiding van de eerste verjaardag een verjaardagskaart overhandigd, met daarop de feestelijke wens om eindelijk komaf te maken met deze schande voor Vlaanderen.
U zal zich echter herinneren dat de Franstalige politici onmiddellijk en met medeweten van de zogenaamde Vlaamse meerderheid (daarover straks nog wat meer) een nieuwe carrousel van “belangenconflicten” hebben op gang getrokken om een stemming in de Kamer te beletten en om op die manier de mogelijkheid te bieden dat de Franstaligen ter compensatie voor de splitsing van B-H-V toegevingen in de Vlaamse Rand rond Brussel kunnen afdwingen.
Het was een goed idee van een bont allegaartje van Vlaams-nationale verenigingen om naar aanleiding van de eerste verjaardag van deze stemming in de commissie Binnenlandse Zaken de zogenaamde Vlaamse regeringspartijen aan hun verdomde plicht te herinneren. Want waarom talmen de Vlaamse partijen? De reden is voor de werkgroep BHV (Halle-Vilvoorde-Komitee, de Vlaamse Volksbeweging en het Taal Aktiekomitee) in hun persmededeling maar al te duidelijk: de carrousel moet beletten dat de Franstaligen de federale regering doen vallen.
Er is meer, en dit wordt niet in de persmededeling vermeld: Vlaams minister-president Peeters heeft er bij de Franstaligen zelf op aangedrongen om een tweede belangenconflict op te starten, zodat de Vlaamse zogenaamde meerderheidspartijen op hun beide oren kunnen verder slapen en er kunnen van uitgaan dat deze materie niet opnieuw op de regeringstafels ligt voor de Vlaamse en Europese verkiezingen van juni 2009. Met andere woorden: de zogenaamde Vlaamse meerderheidspartijen hopen dat ze op dat moment niet afgerekend zullen worden door de kiezer. Niets anders dan politieke spelletjes en dat op de kap van de Vlaamse Rand rond Brussel. De Vlaamse Beweging duldt geen verder uitstel en vraagt dan men eindelijk de wetsvoorstellen in de Kamer worden gestemd.
Het is misschien overbodig om te besluiten dat ook het Vlaams Belang ten volle deze eisen onderschrijft? Gisteren hebben we de Kamervoorzitter naar aanleiding van de eerste verjaardag een verjaardagskaart overhandigd, met daarop de feestelijke wens om eindelijk komaf te maken met deze schande voor Vlaanderen.
donderdag 6 november 2008
Jarenlang geknoei bij Financiën
U loopt niet warm bij de idee dat u maandelijks een enorm bedrag richting schatkist ziet verdwijnen ? En u heeft het al helemaal niet voor Belgische belastingen? Ik ook niet. Over de reden zijn we het eens: België kent de derde hoogste belastingdruk in de wereld, maar ter compensatie hiervan worden we maar zeer matig bedeeld met allerlei sociale bijdragen. Onze pensioenen bijvoorbeeld behoren tot de lagere binnen de Europese Unie.
Aan de andere kant moeten we natuurlijk wel erkennen dat een staat, ook een Vlaamse staat, centen nodig heeft om haar taken uit te voeren. Daar kan niemand onderuit. Maar het beleid van de federale minister van Financiën, Didier Reynders (MR), verstevigt in elk geval wel het discours om zo snel als mogelijk tot een eigen, volledig uitgebouwde Vlaamse fiscaliteit te komen. Zo zal iedereen zich nog wel de ‘rekenfout’ van 800 miljoen euro herinneren, die de belastingdiensten van Reynders in 2006 maakten.
Ook de informatisering van de Belgische fiscaliteit is zo’n soap, zij het een allesbehalve goedkope soap. Verschillende peperdure projecten – zoals het Feniksproject – van honderden miljoenen euro werden afgevoerd. Uit een intern rapport van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) blijkt dat men de fiscale gegevens van België niet meer vertrouwt. “De OESO-landen zullen de Belgische gegevens die hen op papier worden aangeleverd, niet langer controleren. Bovendien wensen ze zelf geen gegevens meer uit te wisselen met België”. België staat internationaal eens te meer voor aap.
Maar er is meer: de aanwerving van contractuele ambtenaren bij de fiscus is gebaseerd op een systeem van dienstbetoon en vriendjespolitiek. Aan Vlaamse kant komen veel ambtenaren uit Aalst en blijken er aangeworven door een kabinetsmedewerker van Reynders, niet toevallig een VLD-schepen van die regio. Wie er wil werken, wordt ook vriendelijk aangemaand om lid te worden van de liberale vakbond.
Belangrijk voor de burgers, aldus een woordvoerder van Financiën, is dat “het disfunctioneren van Financiën ervoor zorgt dat gewone werknemers meer belastingen betalen”. Wie noemde Reynders ooit “de slechtste minister van Financiën in 100 jaar”? Inderdaad, CD&V. Heeft u al sindsdien al één opmerking gehoord van dezelfde zogenaamde Vlaamse partij in de richting van Reynders? Integendeel, diezelfde “slechtste minister” mocht opnieuw dit belangrijke departement leiden.
Wie gelooft al die mensen nog?
Aan de andere kant moeten we natuurlijk wel erkennen dat een staat, ook een Vlaamse staat, centen nodig heeft om haar taken uit te voeren. Daar kan niemand onderuit. Maar het beleid van de federale minister van Financiën, Didier Reynders (MR), verstevigt in elk geval wel het discours om zo snel als mogelijk tot een eigen, volledig uitgebouwde Vlaamse fiscaliteit te komen. Zo zal iedereen zich nog wel de ‘rekenfout’ van 800 miljoen euro herinneren, die de belastingdiensten van Reynders in 2006 maakten.
Ook de informatisering van de Belgische fiscaliteit is zo’n soap, zij het een allesbehalve goedkope soap. Verschillende peperdure projecten – zoals het Feniksproject – van honderden miljoenen euro werden afgevoerd. Uit een intern rapport van de OESO (Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling) blijkt dat men de fiscale gegevens van België niet meer vertrouwt. “De OESO-landen zullen de Belgische gegevens die hen op papier worden aangeleverd, niet langer controleren. Bovendien wensen ze zelf geen gegevens meer uit te wisselen met België”. België staat internationaal eens te meer voor aap.
Maar er is meer: de aanwerving van contractuele ambtenaren bij de fiscus is gebaseerd op een systeem van dienstbetoon en vriendjespolitiek. Aan Vlaamse kant komen veel ambtenaren uit Aalst en blijken er aangeworven door een kabinetsmedewerker van Reynders, niet toevallig een VLD-schepen van die regio. Wie er wil werken, wordt ook vriendelijk aangemaand om lid te worden van de liberale vakbond.
Belangrijk voor de burgers, aldus een woordvoerder van Financiën, is dat “het disfunctioneren van Financiën ervoor zorgt dat gewone werknemers meer belastingen betalen”. Wie noemde Reynders ooit “de slechtste minister van Financiën in 100 jaar”? Inderdaad, CD&V. Heeft u al sindsdien al één opmerking gehoord van dezelfde zogenaamde Vlaamse partij in de richting van Reynders? Integendeel, diezelfde “slechtste minister” mocht opnieuw dit belangrijke departement leiden.
Wie gelooft al die mensen nog?
woensdag 5 november 2008
Economen slaan alarm
« De financiële crisis heeft niets met de communautaire schijnproblemen te doen », zo kan men wel eens lezen in de systeempers. Of ook “dankzij de financiële crisis slaagt deze regering er eindelijk in om een goed bestuur neer te zetten”. Helaas, de volgende citaten uit een interview in Knack (29.10.2008) met 3 Leuvense economen zullen de veelgeplaagde Belgische geesten geen goed doen, vrezen we. De titel alleen al: “Alleen staatshervorming kan ons land financieel redden”.
De 3 Leuvense professoren wijzen 3 fundamentele problemen aan. “Ten eerste: op het federale niveau is bestuurlijk immobilisme de regel in plaats van goed bestuur”. Ten tweede blijkt er totaal geen budgettaire ruimte meer om de noord-zuidtegenstellingen en de verschillen in socio-economische ambities nog langer op te lossen met geld. En tenslotte gaat “het land nog altijd gebukt onder de erfenis van het verleden”.
De staatshervormingen in België leidden onvermijdelijk tot consumptiefederalisme: “Want waarom zou je als gewest en gemeenschap de middelen efficiënt gebruiken als de federale overheid toch het geld uitdeelt? (…) Ook toen (in 2001) heeft de federale overheid het noodzakelijke geld (aan Wallonië) gegeven, maar structureel is er niets veranderd.
De Belgische financieringswet is niet het model van het buitenland, zoals de economen ons in dit interview leren: “Van alle uitgaven van de gewesten en gemeenschappen in ons land komt 68% niet uit de eigen middelen, maar van de federale overheid. Dat is 2 tot 4 keer meer dan in andere federale landen”. De professoren laten trouwens geen onduidelijkheid bestaan over de finaliteit van een grote staatshervorming: “Het voornaamste is dat federale dotaties aan de gewesten vervangen worden door een eigen personenbelasting in de gewesten (…) De opzet kan eventueel worden uitgebreid naar een deel van de vennootschapsbelasting voor de gewesten”, fiscale autonomie zeg maar.
Het is duidelijk dat de wind in Vlaanderen steeds harder zal waaien, naarmate het immobilisme van de Wetstraat toeneemt. Hoelang gaat deze kruik nog te water?
De 3 Leuvense professoren wijzen 3 fundamentele problemen aan. “Ten eerste: op het federale niveau is bestuurlijk immobilisme de regel in plaats van goed bestuur”. Ten tweede blijkt er totaal geen budgettaire ruimte meer om de noord-zuidtegenstellingen en de verschillen in socio-economische ambities nog langer op te lossen met geld. En tenslotte gaat “het land nog altijd gebukt onder de erfenis van het verleden”.
De staatshervormingen in België leidden onvermijdelijk tot consumptiefederalisme: “Want waarom zou je als gewest en gemeenschap de middelen efficiënt gebruiken als de federale overheid toch het geld uitdeelt? (…) Ook toen (in 2001) heeft de federale overheid het noodzakelijke geld (aan Wallonië) gegeven, maar structureel is er niets veranderd.
De Belgische financieringswet is niet het model van het buitenland, zoals de economen ons in dit interview leren: “Van alle uitgaven van de gewesten en gemeenschappen in ons land komt 68% niet uit de eigen middelen, maar van de federale overheid. Dat is 2 tot 4 keer meer dan in andere federale landen”. De professoren laten trouwens geen onduidelijkheid bestaan over de finaliteit van een grote staatshervorming: “Het voornaamste is dat federale dotaties aan de gewesten vervangen worden door een eigen personenbelasting in de gewesten (…) De opzet kan eventueel worden uitgebreid naar een deel van de vennootschapsbelasting voor de gewesten”, fiscale autonomie zeg maar.
Het is duidelijk dat de wind in Vlaanderen steeds harder zal waaien, naarmate het immobilisme van de Wetstraat toeneemt. Hoelang gaat deze kruik nog te water?
dinsdag 4 november 2008
Clerfayt blundert, keer op keer
Terwijl de financiële crisis met zware golven over de wereld slaat, het IMF bijvoorbeeld Oekraïne een lening van 16,5 miljard euro toekent en in Frankrijk bijvoorbeeld zes grote banken – waaronder BNP Paribas – leningen worden toegekend, slaagt een Franstalige staatssecretaris in de regering Leterme erin keer op keer verkeerde financiële informatie de wereld in te sturen, en de reeds wantrouwige burgers nog meer achterdocht te bezorgen. Staatssecretaris Clerfayt (FDF) is goed bezig!
In eerste instantie slaagde hij erin op een topontmoeting van het IMF (Internationaal Monetair Fonds) voor enkele weken luidop te verkondigen dat België gespaard zou blijven van de economische recessie. Als enig geïndustrialiseerd land…Hij kreeg zelfs de lachers niet meer aan zijn kant met zo’n opmerking.
De dag daarop, tijdens de presentatie van de begroting nog wel, speelde staatssecretaris Clerfayt het klaar ‘vergeten’ mee te delen dat deze regering de verlaging van de olieprijs slechts maar voor de helft in het voordeel van de klant te laten spelen. De andere helft zou opgaan in een verhoging van de accijnzen. Met andere woorden: de daling van de olieprijs wordt maar voor 50% door de burger gevoeld… Gewoonweg vergeten dus.
Zijn recentste blunder heeft alles te maken met KBC, de Vlaamse bank bij uitstek, en misschien niet toevallig KBC. Tijdens een televisie-uitzending van de Franstalige zender RTBf kwam hij doodleuk vertellen dat de regering wel moest tussenkomen, omdat KBC een liquiditeitsprobleem had (aldus een verslag in De Morgen, 27.10.2008), “een bewering die zowel het bedrijf (KBC) als talloze politieke verantwoordelijken vrijdag nog angstvallig hadden tegengesproken”. In een mededeling zag de staatssecretaris zich genoodzaakt een en ander recht te zetten: “De bank heeft geen enkel solvabiliteitsprobleem, want ze heeft meer eigen middelen dan reglementair vereist, en geen enkel liquiditeitsprobleem”.
Er stelt zich toch wel een ernstig geloofwaardigheidsprobleem in deze regering. En daarenboven moet men zich toch vragen gaan stellen over het verantwoordelijkheidsbesef van sommige – meestal Franstalige – excellenties. In een normaal bedrijf zou men al naar de beroepsaansprakelijkheidspolis voor bestuurders kunnen zoeken.
In eerste instantie slaagde hij erin op een topontmoeting van het IMF (Internationaal Monetair Fonds) voor enkele weken luidop te verkondigen dat België gespaard zou blijven van de economische recessie. Als enig geïndustrialiseerd land…Hij kreeg zelfs de lachers niet meer aan zijn kant met zo’n opmerking.
De dag daarop, tijdens de presentatie van de begroting nog wel, speelde staatssecretaris Clerfayt het klaar ‘vergeten’ mee te delen dat deze regering de verlaging van de olieprijs slechts maar voor de helft in het voordeel van de klant te laten spelen. De andere helft zou opgaan in een verhoging van de accijnzen. Met andere woorden: de daling van de olieprijs wordt maar voor 50% door de burger gevoeld… Gewoonweg vergeten dus.
Zijn recentste blunder heeft alles te maken met KBC, de Vlaamse bank bij uitstek, en misschien niet toevallig KBC. Tijdens een televisie-uitzending van de Franstalige zender RTBf kwam hij doodleuk vertellen dat de regering wel moest tussenkomen, omdat KBC een liquiditeitsprobleem had (aldus een verslag in De Morgen, 27.10.2008), “een bewering die zowel het bedrijf (KBC) als talloze politieke verantwoordelijken vrijdag nog angstvallig hadden tegengesproken”. In een mededeling zag de staatssecretaris zich genoodzaakt een en ander recht te zetten: “De bank heeft geen enkel solvabiliteitsprobleem, want ze heeft meer eigen middelen dan reglementair vereist, en geen enkel liquiditeitsprobleem”.
Er stelt zich toch wel een ernstig geloofwaardigheidsprobleem in deze regering. En daarenboven moet men zich toch vragen gaan stellen over het verantwoordelijkheidsbesef van sommige – meestal Franstalige – excellenties. In een normaal bedrijf zou men al naar de beroepsaansprakelijkheidspolis voor bestuurders kunnen zoeken.
Abonneren op:
Posts (Atom)